Als men van voren of van achteren naar een combinatie kijkt en de stijgbeugels zijn niet op gelijke hoogte, dan is een veel gehoorde opmerking: “je beugels zijn ongelijk”. Vaak denkt men dat ongelijke stijgbeugels de oorzaak zijn van het scheef zitten. En dat de ruiter vanzelf recht gaat zitten als de lengte van een van de beugelriemen wordt veranderd.
Meestal is de werkelijke oorzaak dat het paard naar links- of rechtsgebogen is. Doordat het paard naar één kant gebogen is, zakt zijn heup en ribbenkast naar de andere kant. Dus degene die erop zit, komt automatisch scheef te zitten. Er is dan niets mis met de lengte van een van de beugelriemen. Maar wel met de buiging van het paard. De enige remedie is: het paard rechtrichten.
Je kunt dus geen conclusies trekken door alleen te kijken naar de hoogte van de stijgbeugels. Je moet vooral letten op hoe het zadel ligt ten opzichte van de wervelkolom van het paard. Het zadel dient recht op de wervelkolom te liggen.`